05-06-2011 | De overlevingskansen van kankerpatiënten stijgen aanzienlijk als ze alleen nog in een klein aantal geselecteerde ziekenhuizen worden behandeld.
Nieuws
Kankeroperaties veel beter als ze in een klein aantal ziekenhuizen worden gedaan
Dat blijkt uit twee onderzoeken van het Integraal Kankercentrum Zuid (IKZ) die binnenkort verschijnen in het British Journal of Surgery. De dalende sterfte komt volgens de onderzoekers doordat het om relatief zeldzame, complexe operaties gaat; door de operatie vaker uit te voeren, kregen ziekenhuizen meer ervaring.
De minimumnorm voor slokdarm- en alvleesklierkanker is verhoogd naar twintig operaties per ziekenhuis per jaar. De onderzoekers schatten echter dat in Nederland nog steeds eenvijfde van de patiënten met slokdarmkanker en alvleesklierkanker wordt behandeld in ziekenhuizen die onder de norm zitten. Dat verkleint hun overlevingskansen aanzienlijk.
Twee per jaar
In Brabant werden aanvankelijk per ziekenhuis twee alvleesklierkankerpatiënten per jaar geopereerd. Nadat chirurgen onderling overeenkwamen de operaties nog maar in een paar ziekenhuizen te doen, steeg het gemiddelde in 2008 naar zestien operaties per jaar. Inmiddels ligt dat op ruim twintig.
Daardoor overleden niet alleen minder mensen vlak na de operatie, maar steeg ook de overlevingskans op lange termijn: het aantal patiënten dat twee jaar na de operatie nog leefde, nam toe van 38 naar 49 procent. Het is het eerste onderzoek naar alvleesklierkanker dat aantoont dat concentratie van het aantal behandelingen de overleving op lange termijn verbetert.
Slokdarmkanker
Bij slokdarmkanker is een vergelijkbaar effect gevonden. Het aantal slokdarmkankerpatiënten dat drie jaar na de operatie nog in leven was, steeg na centralisatie van 32 naar 45 procent. In de aangewezen ziekenhuizen worden dertig tot veertig operaties per jaar uitgevoerd.
'De cijfers lieten zien dat het zo echt niet langer kon', stelt IKZ-onderzoeker Valery Lemmens. 'Als je maar vier patiënten met alvleesklierkanker per jaar opereert, mis je echt de nodige ervaring. Toch zijn er nog steeds regio's waar dit gebeurt.'
Niet gemakkelijk
De herverdeling duurde ruim twee jaar, zegt IKZ-onderzoeker Lonneke van de Poll. 'Het klinkt vreemd, maar voor chirurgen was het niet gemakkelijk deze operaties af te staan. Het zijn complexe operaties waarmee chirurgen zich graag onderscheiden. Er zijn harde woorden over gevallen en er was een tijdlang ruzie. Toch waren het ook de chirurgen die steeds tegen elkaar zeiden: jongens, de patiënt staat voorop.'
Het probleem is dat niet elke chirurg beseft dat er relatief veel patiënten bij hem overlijden, zegt chirurg Ignace de Hingh van het Catharina Ziekenhuis, die zelf nu derig complexe alvleesklieroperaties per jaar uitvoert. 'Als een chirurg maar twee van deze patiënten per jaar opereert, en één overleeft en de ander overlijdt, dan zegt dat weinig. Maar als hij de resultaten van tien jaar op een rijtje zet, schrik hij zich kapot.'
Ingewikkeld
Dat vaker opereren zo'n sterk effect heeft op de overlevingskansen, komt volgens chirurg Grard Nieuwenhuijzen van het Catharina Ziekenhuis doordat de zorg rond slokdarm- en alvleesklierkanker zo ingewikkeld is.
'Je moet als chirurg in veel delen van het lichaam opereren: de buik, de borstkas, het hoofdhalsgebied. Er kunnen veel complicaties ontstaan, zoals lekkages en longproblemen. Ook de zorg eromheen, zoals de intensive care, moet daarop zijn ingespeeld.'
De winst van centralisatie geldt volgens onderzoeker Van de Poll minder voor kankersoorten die relatief makkelijker te opereren zijn, zoals borstkanker. 'Bovendien komt borstkanker zo vaak voor dat het volume daar minder zwaar telt.'
De inspectie zal de minimumnorm van twintig dit jaar bij alle ziekenhuizen controleren. 'Ik verwacht dat er nog twintig ziekenhuizen afvallen voor deze operaties', zegt chirurg Anne Roukema van het St. Elisabeth Ziekenhuis. Verder verhogen van de norm heeft weinig zin, denkt Roukema. 'De wet van de grotere getallen gaat bij deze operaties boven de twintig keer per jaar bijna niet meer op. De winst is dan niet meer uit het volume te halen.'
(De Volkskrant)


