10-07-2011 | De huidige nacontroles van ex-kankerpatiënten om vroegtijdig uitzaaiingen op te sporen zijn niet altijd effectief. Uit onderzoek blijkt dat veel van deze controleonderzoeken overbodig zijn en hierdoor onnodig belastend.
Nieuws
NFK: minder nacontrole, betere nazorg
Schijnzekerheid
Een patiënt die genezen wordt verklaard, krijgt vaak nog jarenlang te maken met routinematige nacontroles. Deze zijn onder meer bedoeld om recidive van kanker vroegtijdig op te sporen. Het idee is dat bij vroege detectie de behandelkansen– en –resultaten verbeteren en de overlevingskans groter wordt. Voor een aantal tumoren is dit zeker het geval, zoals bij darmkanker zonder uitzaaiingen.(1) Maar voor veel vormen van kanker blijken de extra onderzoeken geen toegevoegde waarde op te leveren, omdat het nauwelijks lukt om uitzaaiingen tijdig te ontdekken. Uitzaaiingen kunnen immers door het hele lichaam voorkomen. Voor een medisch specialist is het zoeken naar een speld in een hooiberg. De huidige nacontroles geven de ex-kankerpatiënt dus ten onrechte een gevoel van zekerheid.
Minder nacontroles
Uit onderzoek blijkt dat het meestal de patiënt zelf is die op grond van lichamelijke klachten signaleert dat de kanker mogelijk is teruggekeerd of dat er uitzaaiingen zijn. De Gezondheidsraad adviseert dat de arts per tumorsoort moet beoordelen of de patiënt nacontroles nodig heeft.(2) De NFK onderschrijft deze visie en vindt dat artsen minder onnodige nacontroles moeten uitvoeren.. Patiënten denken dat deze controles belangrijk zijn en verwachten die dan ook. De medisch specialist wordt geconfronteerd met deze verwachtingen en wil daaraan voldoen, terwijl hij weet dat het niet helpt. Doorgeleiding naar adequate nazorg is daarentegen van groot belang.
Goede nazorg
Mensen die kanker overleven ondervinden vaak nog jarenlang (ernstige) gevolgen van de ziekte en behandeling. "In plaats van controleonderzoeken is de patiënt dikwijls meer gebaat bij aandacht voor psychosociale gevolgen, conditieherstel, re-integratie en de late effecten van de ziekte en behandelingen”, aldus Anemone Bögels, directeur van de NFK. Hierin is een belangrijke rol weggelegd voor de huisarts. Zo zou de huisarts pro-actief contact kunnen opnemen met de patiënt en in overleg met de medisch specialist afspraken kunnen maken over de nazorg. Het rapport Nazorg bij kanker van de Signaleringscommissie Kanker van KWF Kankerbestrijding, dat afgelopen mei is verschenen, sluit aan bij dit standpunt.(3)
Bijlagen
Literatuur
- 1) Jeffery M, Hickey BE, Hider PN. Follow-up strategies for patients treated for non-metastatic 1615 colorectal cancer. Cochrane Database Syst Rev. 2007;1:CD002200
- 2) Richtlijn Herstel na kanker
- 3) Rapport Nazorg bij kanker: de rol van de eerste lijn 2011.
(NFK)


