CLL - onderzoek en diagnose

 

Bij het onderzoek naar de diagnose CLL vraagt de hematoloog naar de algehele conditie, symptomen van koorts, gewichtsverlies, nachtzweten en infecties. Daarnaast let de arts op vergrote lymfklieren in hals, oksel en liezen, en hoe lever en milt voelen.

Bloedonderzoek

De diagnose CLL wordt gesteld door bloedonderzoek. Meestal is het een gemakkelijke diagnose, omdat de CLL-cellen voor een laboratoriumanalist goed te herkennen zijn. Er zijn echter ziektebeelden die op CLL lijken. Daarom is het belangrijk dat de bloedcellen goed onderzocht worden met aanvullende technieken. Een zo'n techniek heet flowcytometrie, een kleurmethode waarmee kan worden bewezen dat de afwijkende cellen inderdaad CLL-cellen zijn, afstammend van lymfocyten.

Beenmergonderzoek

Voor de diagnose CLL is een beenmergonderzoek niet noodzakelijk. Soms zal de hematoloog wel beenmergonderzoek willen doen, als er tekorten van andere bloedcellen zijn. Voor onderzoek van het beenmerg wordt een beenmergpunctie en soms ook een beenmergbiopsie gedaan. Deze ingreep gebeurt meestal in het bekken.  Een beenmergpunctie is nodig om het beenmerg te kunnen onderzoeken. Het beenmerg wordt daarbij met een holle naald uit het binnenste gedeelte van het bot opgezogen, meestal aan de achterkant van het bekken. Dat gebeurt onder plaatselijke verdoving. Toch is de ingreep helaas niet pijnloos, omdat het bot zelf niet verdoofd kan worden. Het beenmerg wordt gekleurd en onder de microscoop bekeken.  Bij een beenmergbiopsie wordt een soort dunne appelboor in het bot gezet. Via die boor wordt een pijpje bot uit het bekken gehaald.  De hele procedure duurt tien tot vijftien minuten. De punctie zelf duurt slechts enkele seconden, het nemen van een biopt duurt iets langer.

Aanvullend onderzoek

De klachten en de resultaten van het lichamelijk onderzoek en het bloedonderzoek kunnen aanleiding zijn voor aanvullend onderzoek. Voorbeelden daarvan zijn:

  • röntgenfoto van de borst om eventuele klierpakketten, een groep opgezette lymfklieren, in de borstholte op te sporen;
  • echografie om de grootte van de milt en eventuele klierpakketten in de buik vast te stellen;
  • CT-scan van borst en buik om vergrote lymfklieren nauwkeurig op te meten;
  • een stukje van een vergrote lymfklier wegnemen voor onderzoek door de patholoog-anatoom.

Diagnose

Om de diagnose CLL te kunnen stellen moeten de volgende afwijkingen in het bloed aanwezig zijn:

  • onder de microscoop toont het bloed een eentonig beeld van kleine lymfocyten en kapotgestreken lymfocyten (Gumprechtse schollen genaamd);
  • oppervlakte-eiwitten op de buitenkant van de lymfocyten, die passen bij CLL: CD5+, CD19+, CD23+ en zwak CD20+;
  • meer dan 5 miljard B-lymfocyten per liter bloed.

Hoe ver is de ziekte gevorderd?

Om vast te stellen hoe ver de CLL gevorderd is, kijkt de hematoloog naar bepaalde problemen die de patiënt ondervindt en gebruikt hij schema's om de ernst van CLL in te delen. De meest gebruikte schema's zijn die van Binet en Rai.

Stadiumindeling volgens Binet:

  • stadium A - laag risico - hoogstens twee lymfklierstations vergroot;
  • stadium B - gemiddeld risico - drie of meer vergrote lymfklierstations;
  • stadium C - hoog risico - bloedarmoede en/of een tekort aan bloedplaatjes.

Stadiumindeling volgens Rai:

  • stadium 0 - laag risico - alleen een verhoogd aantal lymfocyten (lymfocytose);
  • stadium I - laag risico - verhoogd aantal lymfocyten én vergrote lymfklieren;
  • stadium II - gemiddeld risico - verhoogd aantal lymfocyten én vergrote lever en/of milt;
  • stadium III - gemiddeld tot hoog risico - verhoogd aantal lymfocyten én bloedarmoede (Hb < 6,8 mmol/l);
  • stadium IV - hoog risico - verhoogd aantal lymfocyten én tekort aan bloedplaatjes (< 100 x 109/l).

Is de ziekte wel of niet gevoelig voor chemotherapie?

Als in de CLL-cellen een specifieke genafwijking zit (TP53-mutatie of del (17p)), dan is de ziekte niet (goed) gevoelig voor chemotherapie. Als er behandeling nodig is, kan dat met bijvoorbeeld ibrutinib en venetoclax. Dat zijn signaalremmers (zogenaamde small molecules) die de signalen in een cel kunnen blokkeren waardoor de cel zich niet meer kan delen of dood gaat.

Spanning en onzekerheid

Totdat de diagnose definitief is heb je vast veel vragen over je ziekte, die de arts nog niet kan beantwoorden. Dat kan spanning en onzekerheid met zich meebrengen, zowel bij jou als bij je naasten. Het helpt als je weet wat er bij de verschillende onderzoeken gaat gebeuren. Die informatie krijg je niet altijd vanzelf. Vraag er daarom naar op de afdelingen waar de verschillende onderzoeken plaatsvinden. Stel je ongerustheid ook aan de orde als je met je dokter praat. Vraag goed door en neem gerust je partner of iemand anders mee. Wees niet bang om iemand van Hematon te bellen of te mailen. Je bent echt niet de enige die zoiets doet en de lotgenoten aan de andere kant van de lijn zijn graag bereid jouw vragen te beantwoorden. Zij zijn zelf ervaringsdeskundige, dus ze weten hoe het is om in spanning en onzekerheid te verkeren. Bel naar 030-760 38 90 of mail lotgenotencontact@hematon.nl.

CLL bloedbeeld

CLL bloedbeeld

Bron: A. Loonen, laboratorium Hematologie VUmc