Nieuws

Meer over Bram: Ton Schattenberg vertelt

In Hematon Magazine 02, dat begin juli uitkwam, staat het verhaal van Bram Govers. Hij kreeg CML, die na jaren overging in AML. Bram onderging een stamceltransplantatie, knapte redelijk snel op en deed een jaar later mee aan de World Transplant Games.

Bram

Wij vroegen hematoloog Ton Schattenberg van het Radboudumc, behandelaar van Bram, om een reactie op dit bijzondere verhaal.

Moet je Bram nu een CML- of een AML-patiënt noemen?

'Ik zou zeggen dat hij een CML had die naar acute leukemie transformeerde. Anders gezegd: Bram belandde met zijn CML in een blastencrisis. Vroeger, toen patiënten nog niet getransplanteerd konden worden en er ook nog geen Glivec of vergelijkbare medicijnen bestonden, was dit het verloop van een CML: eerst vier of vijf jaar een chronische fase, vervolgens zo'n zes à negen maanden een acceleratiefase, en ten slotte een blastencrisis. Die duurde een paar maanden, hooguit een half jaar en dan overleed de patiënt. Dat is dus allemaal heel anders geworden door de mogelijkheid van een stamceltransplantie en door de komst van medicijnen als Glivec.'

Waarom lukte het bij Bram niet om de CML tijdig afdoende af te remmen en een blastencrisis te voorkomen?

'De CML kan op een gegeven moment minder gevoelig worden voor een medicijn als Glivec. Tengevolge van bijvoorbeeld een mutatie. Soms is de patiënt dan wel nog gevoelig voor andere TKI's als dasatinib, nilotinib of bosutinib. En bij de zogenaamde T315I-mutatie reageert de patiënt alléén nog maar op ponatinib. Het is ingewikkeld maar het gebeurt bij ongeveer vijf tot tien procent van de gevallen dat er naast het Philadelphiachromosoom nog andere mutaties of afwijkingen een rol spelen. Als je dan een donor hebt, moet je ernstig overwegen of je niet moet transplanteren.'

Is het te verwachten dat het aantal navelstrengtransplantaties gaat toenemen vanwege de betere matchingsmogelijkheden? Wordt een gewone stamceldonorbank dan minder belangrijk?

'Nee. Het nadeel van navelstrengbloed is dat het aantal stamcellen beperkt is. Navelstrengbloed is zelden meer dan 100 ml, dus is de hoeveelheid stamcellen ook klein. Daarna is het trouwens ook meteen 'op'. Van een donor van een stamceldonorbank kan je eventueel later nog een keer stamcellen of andere bloedcellen krijgen. Van een baby van wie navelstrengbloed gebruikt is, kan dat natuurlijk niet. En de hoeveelheid stamcellen die je bij een donor kunt afnemen, is natuurlijk veel groter.'

Dokter Schattenberg voegt daar nog aan toe: 'Het bijzondere verhaal van Bram laat onder andere zien dat we nog steeds een tekort hebben aan stamceldonors. Een veelbelovende en relatief nieuwe behandeling is transplantatie met stamcellen gewonnen uit navelstrengbloed.'