Weblog

Oogarts

De dagen zijn een beetje somber. Mijn dagen in ieder geval wel. De knoop over de nachtelijke beademing is doorgehakt. Het is erg hard nodig, dus ga ik het doen. Het wachten is nu op een ziekenhuisopname. Daarover later meer. Het blijft spannend en ik zie er tegen op.

Ernst Jan

Maar nu eerst de oogarts. Ik ben er pas weer geweest. Daar moet ik eens nodig over zeuren. De oogartsen zijn goed en altijd even aardig, daar niet van, maar er gaat zo veel tijd verloren. Er wordt op hun polikliniek gewerkt op een manier die me blijft verbazen.

Ik zorg altijd dat ik ruim op tijd ben. Als patiënt krijg je - nadat je je hebt aangemeld - een plastic mapje met daarin allerlei papieren en een velletje stikkers. Vergeet vooral de stikkers niet! Zonder stikkers kun je terug naar af. Of naar de gevangenis. De bedoeling van het mapje is dat je het in een houten bakje stopt bij een van de vele spreekkamers. Na een tijdje komt daar iemand uit, pakt het mapje, of meerdere mapjes als het druk is, gaat weer naar binnen. Weer wat later wordt je dan binnengeroepen. Hoop je, want het kan zomaar gebeuren dat je de eerste bent, maar toch als laatste geholpen wordt. Er zijn namelijk nieuwe patiënten gearriveerd die hun mapjes in het zelfde bakje doen. Ik heb zelfs wel eens gezien dat een dokter stiekem een mapje in het bakje van de kamer ernaast stopte, voor zijn collega…

'We gaan even meten hoeveel traanvocht u heeft.' 'Uh, ik heb geen traanvocht. Mijn traanklieren zijn kapot.' 'Ja meneer, maar de dokter wil toch dat ik het meet.' 'Nee hoor, de dokter weet ook dat ik geen traanklieren meer heb.' 'Meneer, ik moet het toch meten!' Ik laat me overdonderen. Een kwartier later: 'Nou, u heeft inderdaad geen traanvocht.' 'U mag uw mapje bij kamertje 34 in het bakje doen.' Zo gaat het echt.

Kamertje 34, een half uur (!) later. 'Ik ga de sterkte van uw ogen meten.' 'Uh, dat is vorige week al gebeurd bij de optometrist. Met lenzen zie ik 125%. Ik kon de onderste regel lezen en zij niet. Maar bij jullie mag ik mijn lenzen niet in. Dan zie ik stukken slechter.' 'De dokter wil toch dat ik ze meet.' 'Dat denk ik niet hoor, want de dokter weet ook dat ik met lenzen veel beter zie.' Ik laat het weer gebeuren. Een kwartier later, met iets van verbazing in haar stem: 'Hoe oud is uw bril eigenlijk?' 'Ik heb geen idee. Een paar jaar. Twee of drie.'

'Dan ga ik nu uw oogdruk meten.' 'Uh, die is hier in deze kamer altijd te hoog. De dokter meet hem altijd over.' 'Maar de dokter wil toch dat ik het doe.' Ik ben moe. Spreken ze elkaar dan tussendoor? Nooit iets van gemerkt. Waarom verschuilen ze zich altijd achter de dokter? Het zijn de protocollen dames en heren, die dokters weten wel beter. Jullie zijn vastgeroest.

Kamertje 31, weer een half uur later. De dokter? Nee, een co-assistent. Dat hoort erbij, het is tenslotte een opleidingsziekenhuis. 'Ik ga even naar uw ogen kijken, dan schrijf ik op wat ik zie en ga ik dat met de dokter bespreken. Als die dan tijd heeft komt ze even meekijken.'

Natuurlijk heeft de dokter tijd. Een heel kwartier lang, voor mij ruim voldoende om weer een half jaar vooruit te kunnen. De voorafgaande onderzoekjes waren inderdaad niet nodig geweest, maar ja 'zo werken we nu eenmaal.'

In totaal ben ik vier uur van huis geweest. Ongeveer een uur reistijd, drie uur oogheelkunde. Gelukkig hoef ik deze maand nog maar zes keer naar het ziekenhuis voor andere onderzoeken.

Bron: Ernst Jan